Wat ik ook nog heb gedaan afgelopen zomer: er aan een duizelingwekkend hoog tempo vier seizoenen, een mini-series en een tros webisodes Battlestar Galactica er door gejaagd. Fucking hell, wat was dat een goeie serie. Ik heb natuurlijk dat naar verluidt ge-wel-di-ge einde van Six Feet Under nog niet gezien, maar ik ben geneigd te zeggen dat deze serie nog een paar trapjes hoger staat.
Battlestar Galactica mikt immers niet gewoon op de emoties, maar stelt ook een paar prangende vragen: over oorlog, over vrede, over een democratie in tijden van belegering, over hoe je een samenleving opnieuw opbouwt als alle hoop net onder je voeten is weggeslagen. Het mag dan science-fiction zijn, fucking Star Trek, it ain’t.
Het uitgangspunt alleen al is — als je er even over nadenkt — mindblowing. De planeet waarop je zit is naar de hel gebombardeerd, jij bent ontsnapt, en dat is het: je zit in je ruimteschip met een 40.000 lotgenoten, het restje mensheid dat overschiet. Oh ja; je wordt ook nog opgejaagd door de daders van deze barbaarse daad; een ras van robots dat je ooit voor eigen gemak ontworp en dat nu eventjes voor zichzelf is begonnen. Probeer je gewoon de wanhoop en ontreddering, ook van degene die in het heetst van de strijd beslissingen moeten nemen, voor te stellen. En dat is maar het begin. Wat daarna volgt doet meer dan eens naar adem happen.
Grote morele kwesties worden niet uit de weg gegaan. Wat doet het met een mens als hij in het belang van de rest van de vloot eventjes een schip met 5.000 mensen uit de lucht moet knallen? Wat is legitiem verzet tegen bezetters? Battlestar Galactica krijgt bij momenten een behoorlijk actueel en scherp randje, waarbij het Amerikaanse publiek de bezetting van Irak en alle ideeën daar rond met een draai van honderdtachtig graden opnieuw recht in het gezicht krijgt geworpen. “Hoezo zelfmoordaanslagen zijn niet te begrijpen? Bekijk het eens van deze kant.” Bam. En de aflevering is gedaan.
Want cliffhangers dat die scenaristen bedachten! Meermaals meteen de volgende aflevering opgezet omdat het anders te ondraaglijk zou worden. Zitten trillen op mijn stoel van spanning, zoals ik niet meer heb meegemaakt sinds ik de eerste keer The Sixth Sense zag (goed, ik heb een sterk inlevingsvermogen, dat helpt). En dat is ondertussen lang geleden. Om eerlijk te zijn: ik heb op die vier seizoenen, één miniserie, en al die webisodes, twee afleveringen gevonden waar ik wat door verveeld werd. Dat is weinig, vind ik.
Goed, het einde liet me een klein beetje onbevredigd achter, maar ik denk ook niet dat het de bedoeling was om op een bang te eindigen. Het mag allemaal wel wat in het ijle blijven hangen, en de personages krijgen allen tenminste een waardig eresaluut. Het enige waar nu nog naar valt uit te kijken is een film die er nog moet komen, en de spinoff Caprica die later van start zal gaan. Hoe zong Depeche Mode dat weer? Juist: just can’t get enough.
Op de foto: Starbuck, mijn favoriete personage. Een geweldige ontroerende combinatie van stoerheid en stiekeme schattigheid.