Ik ben niet dood, gewoon wat futloos.

Ik vrees dat het winter is, en alles hangt me mijn voeten uit: goddeau (een beetje), mijn werk (nog iets meer), het weer (heel veel). En dus slaag ik er voorlopig niet in om iets treffelijk te doen: ik heb even een rustige maand, maar ik verpruts zoveel tijd dat ik die vrije tijd niet voor zinnige dingen kon gebruiken, heb eindelijk nog eens een solliciterende gooi gedaan naar werken voor wat interessantere dingen maar bedacht pas de dag nadat mijn mails waren vertrokken wat ik écht had moeten schrijven daarin, en heb dankzij een paar zotskappen op de doodle alweer geen goed oog meer in de herdynamisering van goddeau.

Voor de rest alles ok, hoor; de feesten overleefd, het aantal kilo’s beperkt, de uitgaven in de solden min of meer beleefd gehouden, niet teveel nieuwe kookboeken in huis gehaald. En natuurlijk: de Batman-sextologie uitgekeken, in zéér chronologische (als in: begonnen met Batman Begins) volgorde . Even tussendoor, voor ik verder ga met mijn rambling, mijn top zes:

  1. The Dark Knight
  2. Batman Begins
  3. Batman Returns
  4. Batman Forever (Carey!)
  5. Batman & Robin (Schwarzy! Uma Thurman! Lachen! Ik vond deze verschrikkelijk entertainend)
  6. Batman

Bon. Daarna seizoen één van Carnivale in één ruk uitgezien, Nieuwjaar gevierd, seizoen twee gezien, en nu het zwarte gat. Ik ben uit ellende het begin van Battlestar Galactica aan het herzien. Ik had The X-Men trilogy gedownload, wat me op smallband is komen te staan, maar ik ben er in geslaagd om die per ongeluk te wissen. En ik zit weer op smallband bijna, dus het is wachten tot vrijdag voor ik die opnieuw kan downloaden.

Soit er zijn voornemens. Morgen stofzuig ik eindelijk mijn werkzolder, beloofd! En ik leg nog eens wat van die plaatjes op die ik aan het SPOT-festival heb overgehouden, zodat ik weet of ze op de goddeau-grabbelstapel moeten eindigen, of in mijn cd-torens. En misschien moet ik nog wat dingen verzinnen om bij te solliciteren. Tijd om dat leven opnieuw in handen te nemen. Ik kan niet eeuwig in Leuven blijven wonen, immers. Of zo.

Maar onder géén beding verhuis ik naar Antwerpen. Neen.

ik ben er even niet, ben de batmanfilms aan het bekijken.
tot over twee weken of zo!

Jaren geleden was ik niet zo’n heel goeie student, en dus had ik altijd tweede zit. Enfin, toch zeker in mijn kandidaturen. Ik slaagde er steevast in om tegen de blok hopeloos verliefd te zijn, en natuurlijk kwam er dan van studeren weinig in huis. Joy Division ontdekken, Jotie ‘t Hoofd lezen, dat wel ja. Het was een ander soort opvoeding.

Maar in de zomers van dat diepe midden van de jaren negentig, zat ik dus twee jaar op rij een paar weken te blokken bij mijn grootmoeder in het Henegouwse Dergnaux, net over de taalgrens bij Ronse. Het totale isolement, al had ik tegen de tweede keer wel al geleerd om op haar aftandse tv MTV te programmeren. Vandaar mijn enthousiasme voor Backstreet Boys’ “Everybody (Backstreet’s Back)”; het was gewoon de beste van de crappy singles die er toen werden gedraaid (u had toch niet gedacht dat ik voor “Wannabe” van The Spice Girls was gevallen? Dààr zat ik met verbazing naar te kijken).

Ik had ook OK Computer mee, maar dat doet iets minder ter zaken. Dit gaat over TV. ’s Avonds viel er immers weinig anders te doen dan wat televisie kijken, al dan niet samen met grootmoeder, en zo viel mijn oog op “To Play The King” dat op het toenmalige TV Twee liep; een Brits politiek drama, dat me van bij minuut één nogal in zijn greep had.

Ik herinner me dat ik het jaar daarop de drie boeken van Michael Dobbs waarop de serie (en de prequel House Of Cards en de sequel The Final Cut) waren gebaseerd uit de bib van Leuven heb ontleend. Die was toen overigens nog gevestigd waar nu het hypermoderne museum M is gebouwd, maar waar je toen de Engelse boeken nog op een soort van zolderverdiepje moest gaan zoeken. Spannende stuff, maar sindsdien niet echt meer aan gedacht.

Tot ik eind deze zomer de dvdbox met de drie reeksen (drie maal vier afleveringen) in de Fnac zag liggen, toen ik tevergeefs een verjaardagscadeau voor L. zocht. Geen moment getwijfeld, meegenomen, L. niet kunnen overtuigen om mee te kijken, en dus werd dit nachtelijk voer.

Stel je voor dat Shakespeare in deze tijden leefde, en zijn intriges over macht, ontrouw en verraad gesitueerd zou hebben in de hoogste echelons van de Britse regering. Dat is ongeveer de setting. Francis Urquheart is een gewaardeerde maar aartscynische backbencher van de Tory’s, op het moment dat Margaret Thatcher net van het toneel is verdwenen. Maar zoals dat met backbenchers gaat, brandt hij van ambitie, en vanuit zijn functie (hij is “chief whip”, maar ik vind geen afdoende term om dat naar een Belgische situatie te vertalen) heeft hij de mogelijkheid om hier en daar wat touwtjes te bewegen, daar een ego te masseren. Door het manipuleren van een jonge journaliste (“you might very well say that, Mattie, but I couldn’t possibly comment”) slaagt hij er in de opvolger van Thatcher tot ontslag te dwingen, en wordt hij aan het eind van de eerste serie prime minister. Dat hij daarvoor even tot moord is moet overgaan, deert hem niet in het minst.

En zo gaat dat verder in To Play The King, waar de nieuwe koning zich plots als een progressief gaat gedragen en ondanks de fletse oppositie dan maar zelf voor tegengas tegen het harteloze kapitalisme van Urquheart probeert te zorgen. Genoeg stof voor conflict, maar in The Final Cut (u dacht toch niet dat ik hier àlles ging vertellen?) komt hoogmoed uiteindelijk dan toch voor de val in een cut-throatfinale.

Natuurlijk is het gedateerd. Er zijn momenten, zeker in de tweede reeks, dat het wat sloom werd. De serie dateert uit de eerste helft van de jaren negentig en dat merk je. Het acteren, de montage, is van een bedaard niveau dat al lang niet meer gangbaar is. Maar wat een genietbaar acteerwerk. Zeker Urquheart is smullen; Ian Richardson geeft de harteloze schurk zo’n charme mee dat het onweerstaanbaar wordt. Hij is de te haten figuur, maar net als van Jan Decleirs Richard III in Ten Oorlog is zijn onversneden slechtheid aanstekelijk. En wanneer het er echt om begint te spannen in The Final Cut gieren de zenuwen toch wel een beetje door de keel.

Dobbs putte voor zijn verhaal over macht en corruptie rijkelijk uit Macbeth en dat Richard III, en creëert zo een eigentijdse variant op de koningsdrama’s. Geweldig hoe de sfeer van het Britse parlement, de verbale duels, worden gebracht. Zelfs al zijn de plots zijn niet om van achterover te slaan, dit is meer dan hoogst entertainend. Hé, als u belooft er lief voor te zijn, mag u ze wel eens lenen hoor!

Neen, ik ga me hier niet weer excuseren. Ik post hier niet veel meer, so be it. het kan niet alle dagen kerstmis zijn. Maar vandaag wel, met volgende verslavende guilty pleasure waar ik weer eens bij belandde en die ik nu weer vier dagen niet uit mijn hoofd ga krijgen.

See? Verslavend gitaarlijntje hé?

Maar eigenlijk heb ik het zo leren kennen:

Quite a different beast.

areweapons

Soms herontdek je zo eens een plaat, waarvan je het nooit meer had verwacht. Maar dan scroll ik wat rond in mijn muziekbibliotheek en klik daar plots maar A.R.E. Weapons aan. “Wie?”, zegt u? Een bende ongeregeld die rond 2003 de hipste en alternatiefste streken van New York City onveilig maakte, en dat deed met een opwindende mix van vunzige elektro, donkere bassen en wat geschreeuw.

Ik ken het ook alleen maar omdat ik nu eenmaal van goddeauswege verschrikkelijk veel platen in mijn pollen krijg geduwd, en daar soms ook eens naar luister. Daar zijn niet altijd redenen voor, behalve soms een interessante hoes of de vermelding “moet je eens horen, echt iets voor jou”, waarmee ik die meekrijg. In het geval van A.R.E. Weapons was het een voorafgaand promomailtje, maar wat daar dan in stond om me warm te krijgen, ben ik al lang vergeten.

Maar ik heb dus geluisterd, en heb goedkeurend geknikt en geheadbangt. En vervolgens mijn recensie in den duik gefinetuned op mijn toenmalig werk, terwijl mijn toenmalige baas zijn toenmalig zesjarig dochtertje aan het entertainend was. Ik herinner me dat ik me behoorlijk moest inhouden om dat “fuck you, pay me; give me my money” dat me met A.R.E. Weapons door het hoofd schalde, niet luidop te gaan lippen. En wat ik nu weet, bij het herlezen van die tekst, is dat ik nog veel te leren had als het om schrijven ging. Nu ook, jaja, maar dat ga ik pas binnen opnieuw zes jaar doorkrijgen.

Maar – in tegenstelling tot die recensie — dat A.R.E. Weapons is dus het herontdekken waard. Niet alles is nog even up to date, maar op zijn best, geeft deze band me nog altijd de goesting om een sleazy nacht uit in een groezelige stad te beleven, terwijl ik één van de vele catchy slogans van frontman Brain meescandeer. Who’s with me?

amishkapoor

Dit weekend tegen L. uitgeroepen: “schat, we moeten naar Londen. Nu!” De reden? Een artikel in De Morgen over de nieuwste expo van de Brits-Indiase kunstenaar Anish Kapoor, mij tot nu toe onbekend, maar blijkbaar is die niet zo onbekend. Soit, ik ben geen kunstkenner, ik vind kunst alleen maar tof (sorry Boleuzia, ik probeerde het nog tegen te houden, maar het ging niet).

Alleen al de beelden van die rode was die tegen een witte museummuur is uiteengespat zijn geweldig. En het heeft kanonnen! Maar ook het idee er achter; hoe het museum mee het kunstwerk bepaalt, klinkt leuk. Ik denk dat ik ook gewoon van rood op wit hou, of zo; een heel krachtige kleurcombinatie. Blahdieblah. Sorry voor al degenen die een diepgaande kunstkritiek hadden verwacht, dan had ik net zo goed voor goddeau.com kunnen gaan schrijven. Oh wacht, juist ja.

Even de recensent uithangen dan maar ter compensatie? Hieronder “Champagne” door XX. Neen, niet Thé XX die nu gehypet worden, maar the real deal: het Belgische groepje dat vijf of zes of zeven jaar geleden niets voorstelde, maar met dit nummer onterecht geen hit scoorde. Na zoveel jaren hoor ik het voor het eerst opnieuw met dit clipje (zij het dat het de DJ 4T4-remix is – wist ge trouwens dat DJ 4T4 zijn naam heeft veranderd, naar het schijnt omdat hij als 4T4 te duur was geworden? Grappig verhaal vind ik dat, maar mijn bronnen zijn nogal secondary, dus neem het niet voetstoots van mij aan.)

Nog meer nieuws? Dat het druk is geweest. En ik bedoel écht druk. Het soort druk waar ge ‘t op uw zenuwen van krijgt. Waar ge zó moe van wordt dat ge alleen nog maar zou willen slapen. Als ‘t kan een week of drie. Tot ik weer vanzelf wakker word. Ja, ik ben moe, en neen, dat wil niet zeggen dat ik nu stante pede mijn nest in moet. Ik wil ook nog eens wat ontspannen eerst, ja. Mag dat? En dat ik overmorgen ga koken voor vrienden en me een fameus menu heb samengesteld, met dank aan madam Jan Verheyen en haar vermageringskookboek (ferm boek, veel lekkere dingen, en GE WORDT ER DUS NIET DIK VAN).Misschien dat ik u dat morgen wel laat lezen. Of overmorgen. Of de dag daarna. Of als ‘t mij eens uitkomt.

Goed. Laat ons terug normaal doen. Champagne?

Champagne:

archive

so hear my rambling.

Ik heb geen zin om van These Things You Can’t Unlearn een blog te maken die enkel maar om televisieseries draait en waar ik voor de rest weinig op post, wegens gewoon niet altijd iets steekhoudends te melden. We gaan het “liefste dagboek”-gehalte dus wat opkrikken (no! Don’t run!) en gewoon maar wat vertellen.

Trouwe lezers zullen zich nog herinneren dat het laatste van de 7 Dingen Waar Ik Naar Uitkeek Deze Zomer het concert van Archive in de Hallen van Schaarbeek was. Gisteravond/Daarnet dus, inderdaad. Net op de valreep van de zomer, en dat was te voelen, want het was heet. Ik ga hier niet de hele recensie posten die ik net voor goddeau heb afgewerkt, maar laat me toch even stellen dat Archive een verdomd straffe band is. Niet dat het concert perfect was, maar sterk genoeg. En nu sprong net na het recenseren het recente Controlling Crowds naar het oudere Lights dat ik al even niet meer opzetten; meteen onder de indruk hoe straf die plaat klonk.

Voorts? Dat de drukste periode alweer achter me zou moeten liggen langzamerhand. Begin deze week zit ik nog met behoorlijk wat opdrachten en interviews, maar daarna zou ik in een rustigere routine moeten vallen. Dat hoeft niet superlang te duren, maar even een maandje adem kunnen halen zou fijn zijn.

Nog voor de rest zit er precies opnieuw schwung in goddeau. Aangenaam en motiverend. Moet ik alleen zelf nog eens opnieuw uit de startblokken schieten, want het cdbespreken gaat me voorlopig niet al te vlot af. En er ligt al wat te wachten: Manu Chao (bijna af, weliswaar), Sukilove, The Cinematics, Alberta Cross (als ik die aan niemand anders verpatst krijg), … Werk aan de winkel.

Maar om oude gewoontes niet helemaal af te leren: binnenkort een lovende post over The League Of Gentlemen. Stay tuned!

Op de foto: een Archive-kiekje uit de oude doos. Copyright: Anton Coene/Wannabes.be

Ons molly was gisteren drie uur spoorloos, met alle paniek van dien. En daarom: een fotootje uit de oude doos. Ondertussen ligt ze wel opnieuw vredig te soezen bij de mama op de nieuwe zetel.
Afbeelding 506
(ok, ik geef toe: dat was ook maar omdat ik de laatste weken alwéér geen tijd heb gevonden iets te vertellen. en dat ik eigenlijk niets te vertellen heb. ik ga me nog beklagen dat ik ooit een blog begon.

battlestar galactica

Wat ik ook nog heb gedaan afgelopen zomer: er aan een duizelingwekkend hoog tempo vier seizoenen, een mini-series en een tros webisodes Battlestar Galactica er door gejaagd. Fucking hell, wat was dat een goeie serie. Ik heb natuurlijk dat naar verluidt ge-wel-di-ge einde van Six Feet Under nog niet gezien, maar ik ben geneigd te zeggen dat deze serie nog een paar trapjes hoger staat.

Battlestar Galactica mikt immers niet gewoon op de emoties, maar stelt ook een paar prangende vragen: over oorlog, over vrede, over een democratie in tijden van belegering, over hoe je een samenleving opnieuw opbouwt als alle hoop net onder je voeten is weggeslagen. Het mag dan science-fiction zijn, fucking Star Trek, it ain’t.

Het uitgangspunt alleen al is — als je er even over nadenkt — mindblowing. De planeet waarop je zit is naar de hel gebombardeerd, jij bent ontsnapt, en dat is het: je zit in je ruimteschip met een 40.000 lotgenoten, het restje mensheid dat overschiet. Oh ja; je wordt ook nog opgejaagd door de daders van deze barbaarse daad; een ras van robots dat je ooit voor eigen gemak ontworp en dat nu eventjes voor zichzelf is begonnen. Probeer je gewoon de wanhoop en ontreddering, ook van degene die in het heetst van de strijd beslissingen moeten nemen, voor te stellen. En dat is maar het begin. Wat daarna volgt doet meer dan eens naar adem happen.

Grote morele kwesties worden niet uit de weg gegaan. Wat doet het met een mens als hij in het belang van de rest van de vloot eventjes een schip met 5.000 mensen uit de lucht moet knallen? Wat is legitiem verzet tegen bezetters? Battlestar Galactica krijgt bij momenten een behoorlijk actueel en scherp randje, waarbij het Amerikaanse publiek de bezetting van Irak en alle ideeën daar rond met een draai van honderdtachtig graden opnieuw recht in het gezicht krijgt geworpen. “Hoezo zelfmoordaanslagen zijn niet te begrijpen? Bekijk het eens van deze kant.” Bam. En de aflevering is gedaan.

Want cliffhangers dat die scenaristen bedachten! Meermaals meteen de volgende aflevering opgezet omdat het anders te ondraaglijk zou worden. Zitten trillen op mijn stoel van spanning, zoals ik niet meer heb meegemaakt sinds ik de eerste keer The Sixth Sense zag (goed, ik heb een sterk inlevingsvermogen, dat helpt). En dat is ondertussen lang geleden. Om eerlijk te zijn: ik heb op die vier seizoenen, één miniserie, en al die webisodes, twee afleveringen gevonden waar ik wat door verveeld werd. Dat is weinig, vind ik.

Goed, het einde liet me een klein beetje onbevredigd achter, maar ik denk ook niet dat het de bedoeling was om op een bang te eindigen. Het mag allemaal wel wat in het ijle blijven hangen, en de personages krijgen allen tenminste een waardig eresaluut. Het enige waar nu nog naar valt uit te kijken is een film die er nog moet komen, en de spinoff Caprica die later van start zal gaan. Hoe zong Depeche Mode dat weer? Juist: just can’t get enough.

Op de foto: Starbuck, mijn favoriete personage. Een geweldige ontroerende combinatie van stoerheid en stiekeme schattigheid.

Frankrijk 390

Waar waren we gebleven? Op Werchter, Dour en Pukkelpop onder andere, met tussenstops in Marseille, de Camargue en de hemelse Cévennes (Zie foto. Fuck man, ik wou dat ik daar eeuwig kon leven). Daar ergens. Ik had u beloofd dat ik naar veel uitkeek in de zomer, en ik heb me dan ook wat teveel bezig gehouden om hier ook nog eens verslag te komen uitbrengen. Nu de routine opnieuw heeft toegeslagen, het stapeltje te recenseren cds hier voor me aangroeit, en ik nog eens geniet van Radioheads Amnesiac (veel te lang geleden), is het ook tijd om deze draad weer op te nemen.

Ik beloof u dus plechtig op mijn comuniezieltje dat ik de komende weken opnieuw de pen ter hand zal nemen. Niet alleen om komaf te maken met de nieuwe Mew die heel erg catchy No More Stories Are Told Today I’m Sorry They Washed Away No More Stories The World Is Grey I’m Tired Let’s Wash Away is getiteld. Moeilijk plaatje hoor. Ik heb de groep ooit leren kennen met het briljante, één en al single zijnde Frengers (maar achteraf bleek dat dan ook een compilatie en heropnames van de beste nummers van hun eerste twee platen, die enkel in Denemarken uitkwamen), sindsdien worden ze met de plaat meer progrock, meer gefriemel, minder rechtlijnig. Ik ben ze bijna kwijt, maar de nieuwe begint langzamerhand dan toch wat aan te slaan. Geef me nog een week en ik krijg er wel een review uit.

En daarmee heeft business as usual opnieuw toegeslagen. En als u het van deze trendwatcher wilt weten, dan is het precies gedaan met de crisis: het werk stroomt opnieuw toe (in tegenstelling tot de eerste helft van het jaar), en het ziet er naar uit dat ik weer even hard ga mogen werken als vorig jaar zelfde periode. Goed zo, want dat betekent geld, en geld betekent lekker eten, en drank en zo van die dingen. Aargh, op die manier wordt een mens dus kapitalist. Volgend jaar ga ik ascetisch leven in een yurt in Zuid-Frankrijk, beloofd.