Soms herontdek je zo eens een plaat, waarvan je het nooit meer had verwacht. Maar dan scroll ik wat rond in mijn muziekbibliotheek en klik daar plots maar A.R.E. Weapons aan. “Wie?”, zegt u? Een bende ongeregeld die rond 2003 de hipste en alternatiefste streken van New York City onveilig maakte, en dat deed met een opwindende mix van vunzige elektro, donkere bassen en wat geschreeuw.
Ik ken het ook alleen maar omdat ik nu eenmaal van goddeauswege verschrikkelijk veel platen in mijn pollen krijg geduwd, en daar soms ook eens naar luister. Daar zijn niet altijd redenen voor, behalve soms een interessante hoes of de vermelding “moet je eens horen, echt iets voor jou”, waarmee ik die meekrijg. In het geval van A.R.E. Weapons was het een voorafgaand promomailtje, maar wat daar dan in stond om me warm te krijgen, ben ik al lang vergeten.
Maar ik heb dus geluisterd, en heb goedkeurend geknikt en geheadbangt. En vervolgens mijn recensie in den duik gefinetuned op mijn toenmalig werk, terwijl mijn toenmalige baas zijn toenmalig zesjarig dochtertje aan het entertainend was. Ik herinner me dat ik me behoorlijk moest inhouden om dat “fuck you, pay me; give me my money” dat me met A.R.E. Weapons door het hoofd schalde, niet luidop te gaan lippen. En wat ik nu weet, bij het herlezen van die tekst, is dat ik nog veel te leren had als het om schrijven ging. Nu ook, jaja, maar dat ga ik pas binnen opnieuw zes jaar doorkrijgen.
Maar – in tegenstelling tot die recensie — dat A.R.E. Weapons is dus het herontdekken waard. Niet alles is nog even up to date, maar op zijn best, geeft deze band me nog altijd de goesting om een sleazy nacht uit in een groezelige stad te beleven, terwijl ik één van de vele catchy slogans van frontman Brain meescandeer. Who’s with me?

