Neen, ik ga me hier niet weer excuseren. Ik post hier niet veel meer, so be it. het kan niet alle dagen kerstmis zijn. Maar vandaag wel, met volgende verslavende guilty pleasure waar ik weer eens bij belandde en die ik nu weer vier dagen niet uit mijn hoofd ga krijgen.

See? Verslavend gitaarlijntje hé?

Maar eigenlijk heb ik het zo leren kennen:

Quite a different beast.

areweapons

Soms herontdek je zo eens een plaat, waarvan je het nooit meer had verwacht. Maar dan scroll ik wat rond in mijn muziekbibliotheek en klik daar plots maar A.R.E. Weapons aan. “Wie?”, zegt u? Een bende ongeregeld die rond 2003 de hipste en alternatiefste streken van New York City onveilig maakte, en dat deed met een opwindende mix van vunzige elektro, donkere bassen en wat geschreeuw.

Ik ken het ook alleen maar omdat ik nu eenmaal van goddeauswege verschrikkelijk veel platen in mijn pollen krijg geduwd, en daar soms ook eens naar luister. Daar zijn niet altijd redenen voor, behalve soms een interessante hoes of de vermelding “moet je eens horen, echt iets voor jou”, waarmee ik die meekrijg. In het geval van A.R.E. Weapons was het een voorafgaand promomailtje, maar wat daar dan in stond om me warm te krijgen, ben ik al lang vergeten.

Maar ik heb dus geluisterd, en heb goedkeurend geknikt en geheadbangt. En vervolgens mijn recensie in den duik gefinetuned op mijn toenmalig werk, terwijl mijn toenmalige baas zijn toenmalig zesjarig dochtertje aan het entertainend was. Ik herinner me dat ik me behoorlijk moest inhouden om dat “fuck you, pay me; give me my money” dat me met A.R.E. Weapons door het hoofd schalde, niet luidop te gaan lippen. En wat ik nu weet, bij het herlezen van die tekst, is dat ik nog veel te leren had als het om schrijven ging. Nu ook, jaja, maar dat ga ik pas binnen opnieuw zes jaar doorkrijgen.

Maar – in tegenstelling tot die recensie — dat A.R.E. Weapons is dus het herontdekken waard. Niet alles is nog even up to date, maar op zijn best, geeft deze band me nog altijd de goesting om een sleazy nacht uit in een groezelige stad te beleven, terwijl ik één van de vele catchy slogans van frontman Brain meescandeer. Who’s with me?

amishkapoor

Dit weekend tegen L. uitgeroepen: “schat, we moeten naar Londen. Nu!” De reden? Een artikel in De Morgen over de nieuwste expo van de Brits-Indiase kunstenaar Anish Kapoor, mij tot nu toe onbekend, maar blijkbaar is die niet zo onbekend. Soit, ik ben geen kunstkenner, ik vind kunst alleen maar tof (sorry Boleuzia, ik probeerde het nog tegen te houden, maar het ging niet).

Alleen al de beelden van die rode was die tegen een witte museummuur is uiteengespat zijn geweldig. En het heeft kanonnen! Maar ook het idee er achter; hoe het museum mee het kunstwerk bepaalt, klinkt leuk. Ik denk dat ik ook gewoon van rood op wit hou, of zo; een heel krachtige kleurcombinatie. Blahdieblah. Sorry voor al degenen die een diepgaande kunstkritiek hadden verwacht, dan had ik net zo goed voor goddeau.com kunnen gaan schrijven. Oh wacht, juist ja.

Even de recensent uithangen dan maar ter compensatie? Hieronder “Champagne” door XX. Neen, niet Thé XX die nu gehypet worden, maar the real deal: het Belgische groepje dat vijf of zes of zeven jaar geleden niets voorstelde, maar met dit nummer onterecht geen hit scoorde. Na zoveel jaren hoor ik het voor het eerst opnieuw met dit clipje (zij het dat het de DJ 4T4-remix is – wist ge trouwens dat DJ 4T4 zijn naam heeft veranderd, naar het schijnt omdat hij als 4T4 te duur was geworden? Grappig verhaal vind ik dat, maar mijn bronnen zijn nogal secondary, dus neem het niet voetstoots van mij aan.)

Nog meer nieuws? Dat het druk is geweest. En ik bedoel écht druk. Het soort druk waar ge ‘t op uw zenuwen van krijgt. Waar ge zó moe van wordt dat ge alleen nog maar zou willen slapen. Als ‘t kan een week of drie. Tot ik weer vanzelf wakker word. Ja, ik ben moe, en neen, dat wil niet zeggen dat ik nu stante pede mijn nest in moet. Ik wil ook nog eens wat ontspannen eerst, ja. Mag dat? En dat ik overmorgen ga koken voor vrienden en me een fameus menu heb samengesteld, met dank aan madam Jan Verheyen en haar vermageringskookboek (ferm boek, veel lekkere dingen, en GE WORDT ER DUS NIET DIK VAN).Misschien dat ik u dat morgen wel laat lezen. Of overmorgen. Of de dag daarna. Of als ‘t mij eens uitkomt.

Goed. Laat ons terug normaal doen. Champagne?

Champagne:

archive

so hear my rambling.

Ik heb geen zin om van These Things You Can’t Unlearn een blog te maken die enkel maar om televisieseries draait en waar ik voor de rest weinig op post, wegens gewoon niet altijd iets steekhoudends te melden. We gaan het “liefste dagboek”-gehalte dus wat opkrikken (no! Don’t run!) en gewoon maar wat vertellen.

Trouwe lezers zullen zich nog herinneren dat het laatste van de 7 Dingen Waar Ik Naar Uitkeek Deze Zomer het concert van Archive in de Hallen van Schaarbeek was. Gisteravond/Daarnet dus, inderdaad. Net op de valreep van de zomer, en dat was te voelen, want het was heet. Ik ga hier niet de hele recensie posten die ik net voor goddeau heb afgewerkt, maar laat me toch even stellen dat Archive een verdomd straffe band is. Niet dat het concert perfect was, maar sterk genoeg. En nu sprong net na het recenseren het recente Controlling Crowds naar het oudere Lights dat ik al even niet meer opzetten; meteen onder de indruk hoe straf die plaat klonk.

Voorts? Dat de drukste periode alweer achter me zou moeten liggen langzamerhand. Begin deze week zit ik nog met behoorlijk wat opdrachten en interviews, maar daarna zou ik in een rustigere routine moeten vallen. Dat hoeft niet superlang te duren, maar even een maandje adem kunnen halen zou fijn zijn.

Nog voor de rest zit er precies opnieuw schwung in goddeau. Aangenaam en motiverend. Moet ik alleen zelf nog eens opnieuw uit de startblokken schieten, want het cdbespreken gaat me voorlopig niet al te vlot af. En er ligt al wat te wachten: Manu Chao (bijna af, weliswaar), Sukilove, The Cinematics, Alberta Cross (als ik die aan niemand anders verpatst krijg), … Werk aan de winkel.

Maar om oude gewoontes niet helemaal af te leren: binnenkort een lovende post over The League Of Gentlemen. Stay tuned!

Op de foto: een Archive-kiekje uit de oude doos. Copyright: Anton Coene/Wannabes.be

Ons molly was gisteren drie uur spoorloos, met alle paniek van dien. En daarom: een fotootje uit de oude doos. Ondertussen ligt ze wel opnieuw vredig te soezen bij de mama op de nieuwe zetel.
Afbeelding 506
(ok, ik geef toe: dat was ook maar omdat ik de laatste weken alwéér geen tijd heb gevonden iets te vertellen. en dat ik eigenlijk niets te vertellen heb. ik ga me nog beklagen dat ik ooit een blog begon.

battlestar galactica

Wat ik ook nog heb gedaan afgelopen zomer: er aan een duizelingwekkend hoog tempo vier seizoenen, een mini-series en een tros webisodes Battlestar Galactica er door gejaagd. Fucking hell, wat was dat een goeie serie. Ik heb natuurlijk dat naar verluidt ge-wel-di-ge einde van Six Feet Under nog niet gezien, maar ik ben geneigd te zeggen dat deze serie nog een paar trapjes hoger staat.

Battlestar Galactica mikt immers niet gewoon op de emoties, maar stelt ook een paar prangende vragen: over oorlog, over vrede, over een democratie in tijden van belegering, over hoe je een samenleving opnieuw opbouwt als alle hoop net onder je voeten is weggeslagen. Het mag dan science-fiction zijn, fucking Star Trek, it ain’t.

Het uitgangspunt alleen al is — als je er even over nadenkt — mindblowing. De planeet waarop je zit is naar de hel gebombardeerd, jij bent ontsnapt, en dat is het: je zit in je ruimteschip met een 40.000 lotgenoten, het restje mensheid dat overschiet. Oh ja; je wordt ook nog opgejaagd door de daders van deze barbaarse daad; een ras van robots dat je ooit voor eigen gemak ontworp en dat nu eventjes voor zichzelf is begonnen. Probeer je gewoon de wanhoop en ontreddering, ook van degene die in het heetst van de strijd beslissingen moeten nemen, voor te stellen. En dat is maar het begin. Wat daarna volgt doet meer dan eens naar adem happen.

Grote morele kwesties worden niet uit de weg gegaan. Wat doet het met een mens als hij in het belang van de rest van de vloot eventjes een schip met 5.000 mensen uit de lucht moet knallen? Wat is legitiem verzet tegen bezetters? Battlestar Galactica krijgt bij momenten een behoorlijk actueel en scherp randje, waarbij het Amerikaanse publiek de bezetting van Irak en alle ideeën daar rond met een draai van honderdtachtig graden opnieuw recht in het gezicht krijgt geworpen. “Hoezo zelfmoordaanslagen zijn niet te begrijpen? Bekijk het eens van deze kant.” Bam. En de aflevering is gedaan.

Want cliffhangers dat die scenaristen bedachten! Meermaals meteen de volgende aflevering opgezet omdat het anders te ondraaglijk zou worden. Zitten trillen op mijn stoel van spanning, zoals ik niet meer heb meegemaakt sinds ik de eerste keer The Sixth Sense zag (goed, ik heb een sterk inlevingsvermogen, dat helpt). En dat is ondertussen lang geleden. Om eerlijk te zijn: ik heb op die vier seizoenen, één miniserie, en al die webisodes, twee afleveringen gevonden waar ik wat door verveeld werd. Dat is weinig, vind ik.

Goed, het einde liet me een klein beetje onbevredigd achter, maar ik denk ook niet dat het de bedoeling was om op een bang te eindigen. Het mag allemaal wel wat in het ijle blijven hangen, en de personages krijgen allen tenminste een waardig eresaluut. Het enige waar nu nog naar valt uit te kijken is een film die er nog moet komen, en de spinoff Caprica die later van start zal gaan. Hoe zong Depeche Mode dat weer? Juist: just can’t get enough.

Op de foto: Starbuck, mijn favoriete personage. Een geweldige ontroerende combinatie van stoerheid en stiekeme schattigheid.

Frankrijk 390

Waar waren we gebleven? Op Werchter, Dour en Pukkelpop onder andere, met tussenstops in Marseille, de Camargue en de hemelse Cévennes (Zie foto. Fuck man, ik wou dat ik daar eeuwig kon leven). Daar ergens. Ik had u beloofd dat ik naar veel uitkeek in de zomer, en ik heb me dan ook wat teveel bezig gehouden om hier ook nog eens verslag te komen uitbrengen. Nu de routine opnieuw heeft toegeslagen, het stapeltje te recenseren cds hier voor me aangroeit, en ik nog eens geniet van Radioheads Amnesiac (veel te lang geleden), is het ook tijd om deze draad weer op te nemen.

Ik beloof u dus plechtig op mijn comuniezieltje dat ik de komende weken opnieuw de pen ter hand zal nemen. Niet alleen om komaf te maken met de nieuwe Mew die heel erg catchy No More Stories Are Told Today I’m Sorry They Washed Away No More Stories The World Is Grey I’m Tired Let’s Wash Away is getiteld. Moeilijk plaatje hoor. Ik heb de groep ooit leren kennen met het briljante, één en al single zijnde Frengers (maar achteraf bleek dat dan ook een compilatie en heropnames van de beste nummers van hun eerste twee platen, die enkel in Denemarken uitkwamen), sindsdien worden ze met de plaat meer progrock, meer gefriemel, minder rechtlijnig. Ik ben ze bijna kwijt, maar de nieuwe begint langzamerhand dan toch wat aan te slaan. Geef me nog een week en ik krijg er wel een review uit.

En daarmee heeft business as usual opnieuw toegeslagen. En als u het van deze trendwatcher wilt weten, dan is het precies gedaan met de crisis: het werk stroomt opnieuw toe (in tegenstelling tot de eerste helft van het jaar), en het ziet er naar uit dat ik weer even hard ga mogen werken als vorig jaar zelfde periode. Goed zo, want dat betekent geld, en geld betekent lekker eten, en drank en zo van die dingen. Aargh, op die manier wordt een mens dus kapitalist. Volgend jaar ga ik ascetisch leven in een yurt in Zuid-Frankrijk, beloofd.

mijn leven is eigenlijk niet boeiend genoeg om een blog te onderhouden. daarom maar dit filmpje van het nummer waar ik momenteel het gekst van ben. een madchester-revival dringt zich op, dringend. Let vooral op de sceptische blik van de drummer als hij bij de pianist zit!

  1. TW Classic. Grap van het jaar; A Failsafe op TW Classic? Nou, neen. Het vooruitzicht om een dagje met goddeaucollega (pn) wat pinten te gaan pakken en misschien en passant op wat goeie ideeën te komen om dat magazine nog beter te doen draaien bevalt me enorm. En de affiche mag er ook wel zijn, dient gezegd. Voor één keer walmt rond dit festival geen geurtje van ongewassen oude sokken, maar van jong — doch wat braaf middle of the road — geweld en een headliner die na wat potsierlijke drugsjaren van waardig ouder worden een carrière heeft gemaakt.
  2. Oasis. Jarenlang zijn ze verguisd, en daar hebben ze met kutplaat na schijtalbum goed hun best voor gedaan, maar net op tijd om zich te meten met een Lazarus spelend Blur hebben ook de broertjes Gallagher hun tweede staat van genade bereikt. Wat maakt het uit dat alles na 1996 strontvervelende dadrock is; als ze maar “Wonderwall”, “Live For Ever” en “Don’t Look Back In Anger” spelen op Rock Werchter ben ik blij als een kind.
  3. Dour. Sinds mijn eerste keer in 2005 ben ik een overtuigde. Geweldig festival, hoe crappy het bij momenten georganiseerd is, hoe penetrant de pisrivieren ruiken, hoe bruut het geweld op de camping kan oplaaien. En dan heb ik nog het geluk dat ik zo’n naïeve kloot ben dat ik nooit door heb dat iedereen rond mij aan serieus foute drugs zit. Het is ook het enige festival waar we met goddeau kunnen werken in de beste omstandigheden: met twee man, het team Wannabesvrienden om ons van foto’s te voorzien, en live updaten als we dat willen. Dat op zich is gewoon al kicken. Zelfs als de affiche mijn ding niet is, zoals vorig jaar, is het gewoon fijn om met twee man een ferm verslag te verwezenlijken.
  4. Niets doen tussen Dour en begin augustus. Ik ga het nodig hebben.
  5. De trouw van mijn beste vriendin. Nu heb ik niets met huwelijken, verre van zelfs. Maar een beste vriendin die trouwt in het meest idyllische plekje van de Cévennes, waar ik zo graag nog eens naar terugging? Daar rij ik met plezier duizend kilometer of zo voor. En dan plakken we er toch gewoon een weekje verlof voor? Albezon, here i come…
  6. Glasvegas. Al sinds januari loop ik te roepen dat ik ze op Werchter de Marquee wil zien platspelen (brul lekker mee “Fuck You! It’s ooooover!”, voel de nekhaartjes rechtkomen bij “Flowers & Footballtops”!), ik krijg the next best thing: ze staan op Pukkelpop. En zeggen dat ik ze een dik half jaar geleden nog niets vond, toen L. me op YouTube een Jools Hollandfilmpje liet zien. Nu, van “Daddy’s Gone” ben ik nog altijd niet superwild, maar sinds ik ze op London Calling in Amsterdam iedereen onder de dertig (op L. na, ze heeft karakter) zag wegspelen en zelf een 3 procent dover werd, ben ik hun eerste zeloot. Schrijf het op: Belangrijkste Britse Band Van De Laatste Tien Jaar.
  7. Archive. Drie jaar geleden op Dour gaven ze een magistraal optreden dat van begin tot einde één lange onderkoelde en tegelijk emotionele trip was. Deze lente brachten ze een plaat uit waartegen het al epische Lights een monster lijkt: 78 minuten progrock, bengelend tussen triphop en Pink Floyd, onderwijl een Big Brother-conceptverhaaltje vormgevend. Benieuwd wat dat op 19 september gaat geven in de hallen van Schaarbeek.

ik heb mei overleefd. geloof me; dat is een verwezenlijking om trots op te zijn. teveel les nuits, tussendoor een nachtje doorzakken met 65daysofstatic, finn andrews onstage zat zien worden, belachelijk veel deadlines op het werk, vervolgens vier dagen deense muziek en dertien uur duitse wegenwerken, weer werkdeadlines, twee huwelijken op één dag en een familieweekend center parks in nederland: dit was mijn mei. verbaasd dat ik niet veel meer gepost heb?

nu juni zich beleefd heeft aangemeld en de dreigende leegte van een zomer met weinig werk aan de einder opdoemt, kan ik me hier terug bezighouden. so what’s the deal?

dat ik blij ben om opnieuw wat routine te hebben. om eens een broddinke te doen: ik voel me op dit moment content genoeg met alles wat ik heb om niet steeds maar andere dingen te moeten hebben. everything is in its right place en dus wil ik nu gewoon wat genieten van wat er is. dat maakt me al fameus content. en een lekker wijntje daarbij. of een mojito. het is zomer voor iets, nondedju. en lekker eten. ik heb me vorige maand ergens tussendoor vier nieuwe kookboeken aangeschaft in de slegte, die moeten nu ook gebruikt.

voor de rest? ik ben bezig aan een recensie van journal for plague lovers; de langverwachte nieuwe plaat van manic street preachers waarop ze nog eens met materiaal van richey edwards aan de slag gaan. dat is een frustrerende bezigheid, wegens nét niet goed genoeg om dezelfde klets te zijn als the holy bible ooit was. daarvoor is het teveel een heruitgave van die plaat uit 1994, terwijl ik nog altijd hoop dat ze ooit de logische stap verder zullen zetten. wat edwards ooit omschreef als “pantera meets nine inch nails meets screamadelica“. ik weet wel dat het niet meer gaat gebeuren, maar wat zou ik er geld voor geven om dat eens te horen. sounds like my kinda band (en ik realiseer me net dat 65daysofstatic vagelijk in de buurt komt. op een bepaalde manier.) toch: journal for plague lovers is de beste plaat van de manic street preachers in vijftien jaar. en dat wil wat zeggen want ik vond everything must go (1996) en zelfs lifeblood (2005) best sterke platen.

nog zinvol tijdverlies: ik ben als een blok gevallen voor battlestar galactica. geweldig entertainment met een serieus diepere laag. en dan zit ik nog maar aan aflevering drie van de reguliere serie (de drie uur durende miniserie hebben we ook al achter de kiezen. chronologie voor alles. even naar adem gehapt bij het slot ervan.). ik heb nog een hoop seizoenen pret voor de boeg, geloof ik.

bon. ik leef dus nog, ook virtueel. en nu genoeg ge-ik: vanaf volgende keer volgt er weer interessante shit.